Ga naar content Ga naar navigatie Ga naar footer
Nieuws

KEV 2026: wat betekenen de ontwikkelingen voor organisaties?

De Klimaat- en Energieverkenning 2026 (KEV) geeft richting aan belangrijke keuzes rond energie, netcapaciteit en verduurzaming. Wat betekenen de belangrijkste ontwikkelingen voor organisaties?

• Overheid
Image

De KEV wordt opgesteld door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), samen met onder andere TNO, CBS, RIVM en RVO. Het rapport laat zien hoe het Nederlandse energiegebruik, de uitstoot en de ontwikkeling van hernieuwbare energie zich richting 2030 en 2040 ontwikkelen.

Voor organisaties is de KEV relevant omdat het laat zien waar Nederland op koers ligt en waar niet. Dat werkt door in beleid, wet- en regelgeving, netcapaciteit en investeringen in verduurzaming. Voor professionals binnen organisaties die verantwoordelijk zijn voor gebouwen, energiegebruik, techniek en verduurzaming geeft de KEV belangrijke richting voor de komende jaren.

Hernieuwbare energie

Het aandeel hernieuwbare energie groeit richting 2030 naar ongeveer 34%. De grootste bijdrage komt van windenergie op zee. Ook biobrandstoffen en andere hernieuwbare bronnen dragen bij. Toch blijft Nederland onder het RED III-doel van 39% hernieuwbare energie in 2030. De kans dat dit doel wordt gehaald, is volgens de KEV minder dan 5%.

Zonne-energie

Het opgestelde vermogen van zonnestroom groeit van 25,9 GW in 2025 naar 32,4 GW in 2030. De geraamde productie groeit echter nauwelijks: van 93,2 naar 93,7 PJ. Dat komt onder andere door overaanbod op zonnige momenten, lage of negatieve stroomprijzen en beperkingen op het elektriciteitsnet.

Elektriciteitsvraag en netcapaciteit

De elektriciteitsvraag neemt toe door onder andere elektrisch vervoer, datacenters en elektrificatie van de industrie. Rond 2030 verandert Nederland volgens de KEV van netto-exporteur naar netto-importeur van elektriciteit, omdat de vraag sneller groeit dan het aanbod.

Die situatie hoeft niet blijvend te zijn. Als de geplande uitbreiding van windenergie op zee na 2030 doorgaat, kan de elektriciteitsproductie richting 2040 weer sterk toenemen.

Netcongestie blijft daarbij een belangrijke rem op verdere verduurzaming. De vraag naar transportcapaciteit groeit sneller dan het elektriciteitsnet kan worden uitgebreid. Dat beperkt onder andere elektrificatie en nieuwe duurzame opwek.

Energie-efficiëntie en EED

Ook energiebesparing blijft een belangrijke opgave. Vanuit de Energy Efficiency Directive geldt voor Nederland een doel van maximaal 1.609 PJ finaal energieverbruik in 2030. In het basispad is de kans dat Nederland dit haalt circa 35%. Met aanvullend beleid loopt die kans op tot ongeveer 40%.

Voor organisaties onderstreept dit het belang van structureel inzicht in energiegebruik en het gericht terugdringen van verbruik.

ETS2: CO₂-beprijzing voor gebouwen en wegverkeer

Naast energie-efficiëntie wordt ook CO₂-beprijzing relevanter voor organisaties. Vanaf 2028 start het nieuwe Europese emissiehandelssysteem ETS2. Dit richt zich onder andere op brandstoffen die worden gebruikt in de gebouwde omgeving, het wegverkeer en de niet-energie-intensieve industrie. De brandstofleveranciers worden verantwoordelijk voor de bijbehorende CO₂-emissierechten.

Dat betekent dat de kosten van het gebruik van fossiele brandstoffen verder kunnen oplopen. Aardgas, benzine en diesel worden door ETS2 naar verwachting duurder, doordat de CO₂-uitstoot ervan een extra prijs krijgt. Voor organisaties maakt dit energiebesparing, elektrificatie en het verminderen van het gebruik van fossiele energie financieel steeds relevanter.

De EU wil met ETS2 in 2030 een uitstootreductie van 42% ten opzichte van 2005 realiseren. Voor organisaties betekent dit dat het gebruik van fossiele energie, energiebesparing en elektrificatie steeds nadrukkelijker onderdeel wordten van de keuzes voor gebouwen en mobiliteit.

Industrie en CO₂-reductie

Voor energie-intensieve industrie blijft het bestaande Europese emissiehandelssysteem ETS1 een belangrijke prikkel om de uitstoot te verminderen. Tegelijkertijd is de verwachte CO₂-prijs volgens de KEV niet hoog genoeg om investeringen in volledige verduurzaming vanzelf rendabel te maken. Aanvullende normering, subsidies en beleid blijven daarom nodig.

Voor sectoren buiten ETS1 ligt het beeld gunstiger: de KEV verwacht dat Nederland binnen de Europese ESR-doelstelling voor 2030 blijft.

Mobiliteit en elektrificatie

Bij de binnenlandse mobiliteit wordt een forse uitstootdaling verwacht. Dat komt vooral door elektrificatie van het wegverkeer en een grotere inzet van hernieuwbare brandstoffen. Ook na 2030 zet die ontwikkeling door.

Voor organisaties met wagenparken en laadinfra betekent dit dat de elektriciteitsvraag verder kan toenemen en dat slim laden, beschikbare capaciteit en piekbelasting steeds belangrijker worden.

Richting 2040

Ook richting 2040 blijft de opgave groot. De Europese ambitie is een uitstootreductie van 90% ten opzichte van 1990. Voor Nederland komt de raming met aanvullend beleid voorlopig uit op maximaal ongeveer 72% reductie.

Tegelijkertijd blijft fossiele energie belangrijk. De Nederlandse energie-importafhankelijkheid daalt wel, maar blijft in 2040 naar verwachting tussen de 49 en 63%. Het overgrote deel van de gebruikte fossiele brandstoffen moet dan nog steeds worden geïmporteerd.

Wat betekent dit voor organisaties?

De KEV laat zien dat de energietransitie steeds meer vraagt om samenhang. Energiebesparing, verduurzaming, elektrificatie en netcapaciteit kunnen niet los van elkaar worden bekeken. Voor organisaties wordt het daarom belangrijker om energiegebruik, techniek, regelgeving en toekomstige ontwikkelingen integraal mee te nemen in hun keuzes.

In de praktijk vraagt dit om beter inzicht in het energiegebruik, de beschikbare netcapaciteit en de mogelijkheden om verbruik slimmer te sturen en verduurzaming haalbaar in te passen.

Vanbeek helpt organisaties om die samenhang inzichtelijk en uitvoerbaar te maken. Door mensen, techniek en data te verbinden, werken we samen aan een haalbare energietransitie.


Bron: Klimaat- en Energieverkenning 2026, PBL, TNO, CBS, RIVM en RVO (publicatie KEV 2026, 14 september 2026)

Wil je weten wat deze ontwikkelingen voor jouw organisatie betekenen? Neem contact op met:

Contactformulier